zondag 14 februari 2021

 Winter Februari 2021

Het Peizerdiep vroor dicht, dat is 20 jaar geleden! Tijd voor mooie plaatjes.

Filmpjes:

https://youtu.be/T_GQ62_zH6E

https://youtu.be/sWGndz_xC9s

 





zaterdag 16 maart 2019

Van Frans Guyana naar huis

Cayenne is de hoofdstad van Frans Guyana, genoemd naar de hoofdman van de indianen die hier woonden, en, zoals gezegd, het is heel Frans. De wegwijzers zijn precies gelijk aan die in Frankrijk, en staan soms Franse prullenbakken langs de weg, wat de troep vermindert, maar niet helemaal oplost. De huizen zijn meest van steen i.p.v. hout, maar dat komt ook doordat het hier pas laat is ontwikkeld, vanaf ca 1930. Daarvoor waren alleen de gevangenen en de militairen hier. Dus is er een fort aan de monding van de Cayennerivier, op een heuveltje.
De stad is klein, maar een paar straten, tussen de zee en een kreek en aan de andere kant van de kreek is het getto, waar je beter niet kunt komen want daar lopen de drugsdealers.
Net als Suriname en Brits Guyana heeft het land één verbindingsweg parallel aan de kust en verder veel binnenland dat moeilijk toegankelijk is.
Maar: Franse kolonies zijn een Franse provincie en hebben recht op alle voorzieningen die het moederland ook heeft. En iedereen die binnen de grenzen wordt geboren is een Fransman. Dus verhuizen Surinaamse zwangeren vaak voor de geboorte naar Frans Guyana omdat het kind dan de Franse nationaliteit krijgt, plus kinderbijslag, recht op onderwijs en een uitkering tzt.
Hier geen Hindoestanen, want die zijn nooit als werkkrachten ingevoerd en dus ook geen moskeeën. Hier wel Haïtianen en dominicanen, want die zijn ook Frans.
Brits Guyana is 30 jaar uitgezogen door een dictator en is daar nog steeds niet overheen. Het is echt erg arm en onderontwikkeld en voelt niet veilig. Hoewel  onze gids zegt dat het eigenlijk veiliger is dan hier en alleen vijandiger voelt omdat mensen daar niet aan toeristen zijn gewend.
Suriname ligt daar niet alleen geografisch tussen: niet zover ontwikkeld als hier, maar toch een heel stuk verder dan Brits Guyana. En zowel Brits Guyana als Suriname hebben een hoop corruptie. Hier is de douane en zijn de militairen voor een groot deel blank en tijdelijk gestationeerd vanuit Frankrijk: geen corruptie dus (of in elk geval een hoop minder).

Donderdag gaan we de hele weg terug naar Paramaribo. Een shared taxi naar de grensrivier ( ca 3 uur), enkele grensformaliteiten en het bootje over de rivier, dan een taxi naar Paramaribo, weer ca 3 uur. Waar het hotelletje al geboekt is. De gids had alles geregeld zei hij maar is er ‘s morgens niet dus we gaan zelf op pad. Het bleek heel makkelijk te zijn en veel goedkoper....
Onderweg maken we kennis met een Surinamer en die deelt met ons de taxi naar Paramaribo en dat scheelt wel €40 tov de prijs die de gids geregeld had.

Vrijdag huren we fietsen en rijden langs de surinamerivier naar de opstapplek voor een pontjes-service. We varen over naar een voormalige suikerplantage aan de noordkant van de Commewijne-rivier: “rust en werk”. Die volgorde alleen al 😁.
Hier liggen langs de rivier de oude plantagedorpen uit de tijd dat de Nederlanders eerst slaven binnenbrachten om het land te bewerken voor koffie en suiker, en later contractarbeiders uit India en Java. Veel van de oude kanaaltjes en sluizen zijn nog intact. Wat achterbleef waren mooie huizen die nu deels gebruikt worden als resort. Maar het meeste is verdwenen.
We worden bij de voormalige suiker- en rumfabriek Mariënborg rondgeleid door meneer Bimbo (sic), die tot 20 jaar geleden in de fabriek werkte. Toen werd het overgedaan aan de Surinaamse regering, werd er geen onderhoud meer gepleegd en stortte de boel langzaam in, o.a. doordat alle metaal werd gestript en verkocht. Zijn refrein was “zonde toch”, en gelijk had hij. Gebouwen en machines zijn inmiddels grotendeels overwoekerd door t oerwoud.

De laatste dag doen we niet veel meer. Nog een markt, de kathedraal, want die hadden we nog niet gezien. Heel mooi, overigens, helemaal van hout van binnen. Prachtige kapconstructie. Dan illegaal zwemmen in het Eco Resort, waar we de weg weten en dus net kunnen doen of we daar horen.
Eind van de middag het voorlopige pakgebeuren: heel veel vuile was moet worden gestouwd en we moeten de “koude kleren” voor Nederland voor de greep leggen. Het zal een schok zijn,van 30 graden naar 9.











maandag 11 maart 2019

Van West naar Oost


Er is altijd wat tijd nodig om te wennen aan de omstandigheden in de tropen. De hitte, het lawaai (tenminste in de stad), de rotzooi op straat, de stoep waar je zomaar in een gat kunt verdwijnen. Maar na een periode in het binnenland (geen lawaai, minder rotzooi, geen stoepen, dat scheelt) voelt Paramaribo al een beetje als thuiskomen in een luxere stad. We weten de weg, er is weer Parbobier, wat verkocht wordt in een djogo= literfles en verbazend weinig effect op ons heeft. Of omdat we veel vocht nodig hebben of omdat het lichter bier is??

Zoals altijd hebben we te veel kleren bij ons. Ik weet nooit in het koude Nederland wat je hier nodig hebt. Minder, dus. Maar we hebben weinig gereisd met volle bagage. Naar het binnenland en (voormalig Brits) Guyana hebben we bagage achter gelaten in Paramaribo en vervolgens ook nog een deel in Nieuw Nickerie. Nu zijn we weer in Paramaribo, klaar om de andere kant op te reizen en nu laten we weer een grote tas achter. Dit omdat wij terugvliegen vanuit Paramaribo, de rest van de groep vliegt vanuit Cayenne. Inmiddels weten we wél wat we nodig hebben. 
We hebben mazzel krijgen een upgrade naar een luxekamer met hemelbed! Die al snel vol ligt met kleren om te drogen en ompakken.

Na Georgetown zijn we weer een hele dag teruggereisd naar Nieuw Nickerie (je moet wel, een andere weg is er niet). Daar een vogelexcursie naar Bigi Pan, een brak meer. Negentien mensen in 3 bootjes en waarom, dat bleek al snel. Vanuit de rivier de Nickerie werden de bootjes over een sleephelling een kanaaltje ingetrokken, dat 8 km. door de mangrovebossen naar Bigi Pan (= grote meer) loopt. Heel ondiep kanaaltje in de droge tijd en ook het meer was maar 50 cm diep. Dus met meer mensen in de boot waren we vastgelopen.
Meer vogels gezien dan we ergens in Suriname hebben gespot, waaronder moerasbuizerd, krabbebuizerd, zwarte adelaarbuizerd, katoenvogel, een oehoe (!), grote ijsvogel, een specht met een rode kop, en ook flamingo’s en knaloranje ibissen.
Op het meer zijn een paar huizen op palen waar je nogal primitief kunt overnachten. Dat zou leuk zijn geweest!

We rijden vanuit Paramaribo oost naar de Marowijne, de grensrivier met Brits Guyana, stempelen uit Suriname en checken in aan de overkant. Dat ging heel snel en simpel. En varen dan in een heel klein bootje naar de kustplaats Galibi, ook aan de Marowijne, maar veel verder richting zee, aan de Surinamekant. Het bootje voelt maar nauwelijks stevig genoeg en rolt bij vlagen hevig.
Die avond gaan we met de boot de zee op om te zoeken naar groene zeeschildpadden die nu op het strand hun eieren komen leggen. De vrouwen graven nesten van wel 60 cm diep om vervolgens 100 eitjes te leggen en weer toe te dekken. Met rood licht verstoor je ze niet en kun je alles volgen. Op het eerste strandje lopen mensen rond met witte lampen en de enkele schildpad breekt verstoord zijn missie af. We varen door naar een volgend strand waar we wel 8 sporen op het strand vinden en uiteindelijk ook een schildpad tijdens het leggen. Graven, leggen en toedekken duurt wel 2 uur en is hard werken voor de beesten. Door de stijging van het zeewater moeten ze steeds hoger het land op om de eieren droog te leggen (boven de vloedlijn) en dat houdt een keer op. Er komen steeds minder schildpadden terug om eieren te leggen, zegt Jeffrey onze gids.
Na middernacht zijn we weer terug. Een nachttocht in het wiebelige bootje is geen pretje maar alles gaat goed.

Zaterdag een rondwandeling door het dorp met fantastische uitleg van Jeffrey, die hier woont, over de cultuur en de huidige situatie van de dorpsbevolking. Dit zijn indianen en het dorp is veel ruimer opgezet dan de marrondorpen die we hebben gezien, met mangobomen en andere eetbare of geneeskrachtige bomen en struiken langs de paadjes, waaronder de schijtboon. Onderweg hiernaartoe hebben we al heel wat gehoord over de burgeroorlog van 1986 (waaronder een monument voor 38 vermoorde dorpelingen) en de politieke situatie met Bouterse en Ronnie Brunswijk, die hier “Romeo Bravo” of “Bigi Bravo” heet. Onze beide laatste gidsen nemen geen blad voor de mond als het daarover gaat.
‘s Avonds een  culturele avond, dwz een cultureel uurtje, met een indiaans feest in het kort. Vier grote trommels die een ritme aangeven en 4 dames die dansen. Alle aanwezigen in klederdracht: vooral grote wollen kleurige schouderdoeken.
De dansen zijn niet erg interessant, vooral steeds herhaalde kleine bewegingen die dieren nadoen: hippende konijntjes of apen met slingerarmen. Meer om in een soort trance te raken (vooral omdat er ook erg veel zelfgestookte cassavedrank bij schijnt te horen). Wel erg leuk om te zien hoe dat -nog steeds- gaat en met uitleg van Jeffrey.

De volgende ochtend met de boot terug naar de grensovergang, maar nu aan de Frans Guyanese kant, St. Laurent. Daar naar een museum van een “bagno”, een van de strafkampen van de Fransen, waar gevangenen werden gedeporteerd tussen ca. 1850 en 1950. Een van de gevangenissen van Papillon, waaruit hij ontsnapt is, maar weer gepakt zodat hij op Duivelseiland terecht is gekomen. Imponerend om de cellen te zien waar mensen soms 2 jaar in isolatie werden gehouden! Maar de meesten werden ingezet om zwaar werk te verrichten op het eiland, een vorm van kolonisatiepolitiek van de Fransen.

In de haven een beeld van de zeeboeboe, met een zeemeermin en een offergave. Als je zomaar een keer in het water verdwijnt, ook al kun je goed zwemmen, dan heeft de zeeboeboe je te pakken genomen.

We rijden door naar een buitenwijk van Kourou. Het ziet er in dit land allemaal wel wat fransig uit, huizen en kerkjes en pleintjes. Veel georganiseerder dan Suriname of brits Guyana, heuvelachtiger ook.  En echte koffie, Frans brood.
De volgende dag bezoeken we de lanceeromgeving van de Ariane raket, wat een samenwerkingsverband is van veel Europese landen. Omdat er over 4 dagen een raket gelanceerd wordt mogen we het terrein niet op, dus alleen het museum bezocht en in de verte wat gebouwen en de lanceerinstallatie gezien. Het hele terrein van de basis is 7 vierkante kilometer, voornamelijk natuurgebied, want mensen worden er niet toegelaten.
Rest van de dag wat in het ‘centrum’ rondgehangen, bier en eten gekocht bij Super U, en in het zwembad gelegen.


Morgen gaat de hele groep naar de Duivelseilanden om nog meer gevangenis en andere eilanden te bekijken. Wij blijven hier, morgenmiddag naar Cayenne.














maandag 4 maart 2019

Naar Brits Guyana


We reizen een stukje terug richting Paramaribo en slaan af bij het Brokopondo meer. Oppervlakte zo groot als de provincie Utrecht.
We verblijven op Ston (schier-)eiland. Een boottocht tegen zonsondergang geeft surrealistische beelden: honderden dode bomen steken boven het water uit. Op een eiland speuren we naar brulapen en we vinden ze ook. 

Volgende dag naar de Brownsberg, waar naar bauxiet en goud gezocht is maar nu een natuurgebied is. We lopen door het oerwoud naar een waterval maar het is droge tijd dus slechts een relatief dun straaltje. En ook weer weinig vogels dat valt me erg tegen. 
Slippend daalt de bus af over een dirtroad met grote feloranje plassen: hier regent met vaker, maar gelukkig is het een 4-wheel drive met rollbar aan de binnenkant: in de regentijd moet dit pad onbegaanbaar zijn. Nog even een duik in het meer en dan diner&slapen.

Nu 2 reisdagen: via Paramaribo langs de kust naar Nickerie over slechte wegen om te eindigen in een beetje ranzig hotel, met muggen want we zitten hier langs de kust. In het binnenland helemaal geen last van gehad. Je zou het andersom verwachten, niet?
Hier laten we nog meer bagage achter. De volgende dag om 6 uur op naar de boot over de rivier naar Guyana. Slechts 20 minuten varen maar het controlecircus aan beide zijden neemt 4 uur in beslag! Check op gele koorts prik, paspoort uitstempelen, controle op smokkelwaar in de bus. En dat aan beide zijden. 

Met een onderbreking van 2 uur voor een lunch 😩 over prima wegen naar Georgetown om tegen de avond te eindigen in een hotel met mooie kamers.

Lekker uitslapen en tegen 12 uur naar vliegveld. We worden op gewicht verdeeld over 2 vliegtuigjes. In bijna een uur vliegen we naar de Kaieteur waterval een leuke vlucht over dicht oerwoud doorsneden door rivieren. Her en der zijn nederzettingen en goudzoekersplekken goed zichtbaar we vliegen niet hoog.

Met een gids lopen we naar enkele plekken met uitzicht op de waterval. Nergens hekken, één verkeerde stap en je hebt nog 250 m de tijd om na te denken. We zien enkele mannetjes rotshanen met hun fel oranje prachtkleed. HA, bonus!

Op de terugweg zit ik naast de piloot leuk om te zien wat er al zo op het dashboard staat en hoe hij de grote wolken ontwijkt. 

Bij thuiskomst blijkt één van de thuisblijvers op klaarlichte dag overvallen te zijn (mislukt, dader gearresteerd via getuigen). Dus oppassen maar wij zijn zo wit dat valt erg op.

Vandaag een bustour naar wat kerken, een mottig museumpje, het parlementsgebouw met veel uitleg (was leuk en echt interessant) en wat lopen over de markt. Ik post na veel moeite een brief aan een lokale zendamateur maar had de hulp van een local nodig om de lange rijen op het postkantoor te ontwijken. Tijd kost hier niks.
Om eerlijk te zijn is Georgetown de lange reis vanuit Paramaribo niet waard. Ik ben blij dat we de waterval hebben gedaan, want 2 dagen alleen maar deze stad is niks.

Smiddags wat rondhangen, morgen om 03.30 (!!) weg naar de boot en het hele circus eromheen.

De groep is okee. Zeer bereisd, en zeer gevarieerd. Vijf stellen, twee keer twee broers en de rest alleengangers. Drie mannen die eruitzien als commando’s, tattoos and all, maar heel zachtzinnig blijken. Twee mannen waar je niks van hoort of ziet. Een dame die zich opstelt als assistent-reisleidster, tot ergernis van de rest van de groep, maar dat is dan ook de enige stoorzender. Zij is kandidaat voor de Bineke-bokaal (uitleg zo nodig mondeling).

De rest is helemaal prima.










woensdag 27 februari 2019

Rondreis Suriname: het binnenland in

De reis ging op schema en op het vliegveld werden we opgewacht door de Djoser afhaler. Langzaam druppelden de overige 18 groepsleden naar buiten en stelden zich voor. Niet te onthouden zo veel namen maar dat komt wel.
Op weg naar Paramaribo in een dikke file. Het is lang weekend, maandag is de dag van de revolutie en dus vrij. En in de stad allerlei officiële evenementen. Maar dan zijn wij al weg.
Nog even geld wisselen in een donker straatje en om 10 uur in het hotel (4 uur tijdverschil met Nederland).




 Vroeg wakker, vroeg ontbijt en om 8 uur stadswandeling. Qua afstand stelde het niet zoveel voor want alle historische gebouwen liggen vlak bij elkaar. De uitleg was goed: alles over de achtereenvolgende kolonisten (de eerste kwamen uit Barbedos), de ‘import ‘ van slaven uit diverse delen van de wereld, en de laatste ontwikkelingen na de  verzelfstandiging. De bevolkingssamenstelling is dus zeer divers qua afkomst/etniciteit en religie, de laatste jaren zijn er ook nog veel Chinezen gekomen. Maar toch gaat het er goed aan toe in de maatschappij. Iedere groep heeft wel zijn eigen kerk en taal en sociale omgeving, maar de synagoge staat meteen naast de moskee. Geen probleem.

Langs de Suriname rivier naar fort Zeelandia waar destijds de moord op 15 mensen heeft plaatsgevonden (“tijdens een vluchtpoging, dat is het officiële verhaal”). Gezien de hoge muren en de kleine poort een onwaarschijnlijk verhaal. Maar heer B. komt er (nog steeds) mee weg. Het is een heel klein fortje, maar mooi onderhouden en informatief museum. Voor het fort staat een beeld van de jonge Wilhelmina.

De zondag in Paramaribo is erg rustig, op de terrasjes meer toeristen dan locals. Dus wij hebben het ook rustig aan gedaan. Wat kleren overgepakt, morgen gaan we naar het zuiden de rivier op richting Brokopondo. En dan mogen we maar een beperkte hoeveelheid bagage meenemen. Pas over 11 dagen (!) komen we hier weer terug om de rest op te halen. Met die vochtige hitte wordt dat wel een beetje ransen...

Maandag via de ‘highway’ naar het Zuiden, het binnenland in. Met 20 mensen in een busje plus bagage is het vol vol. Busje had wel wat groter gemogen Djoser! Gelukkig om het uur een stop, even ademen buiten.
Het landschap wordt oerwoud-achtig maar ook open stukken savanne. We komen langs het voetbalkamp van Seedorf (te koop) en de aluminium fabriek die buiten werking is (ook te koop).

Na 4 uur rijden is de weg op. We stappen in een korjaal (lange slanke boot met buitenboord motor) en varen vervolgens naar de eindbestemming een kampement met kleine houten hutjes aan de rivier. Mooi plekje met vogelgeluiden maar we zien ze niet veel.
S’middags nog even zwemmen in de rivier wat een watervalletje en daarna een goed diner. Het is strak om 7 uur donker maar het valt wat betreft de muggen mee, zelfs Else klaagt niet.

Een nachttoer in de korjaal over de rivier is erg leuk: jagende nachtzwaluwen en kaaimannen op de wal en soms in het water. De stuurman weet gelukkig in het pikkedonker de stroomversnellingen en rotsblokken te ontwijken! Het is kleine droge tijd dus de rivier staat laag. Soms regent het even maar dat is vooral in de nacht en anders word je er nauwelijks nat van.
Daarna op bed, planken met een heel dun matrasje. Keihard.

Overdag in de zon is het behoorlijk heet, de zon gaat vrijwel recht over ons heen. Maar er is vaak bewolking en een briesje en de nacht is koel genoeg en geen airco nodig (is er ook niet).

Dinsdag naar een museum, 2 uur varen van hier. Heerlijk in de korjaal langs de oevers, beetje rondkijken. Het water staat laag, en bij 2 stroomversnellingen moeten we eruit en een stuk over de wal lopen. De motor gaat een keer stuk, kan gebeuren. 
Afijn na 3,5 uur zijn we in een Marron-dorp: gesticht door gevluchte slaven. Zo zijn er veel dorpen langs de rivier, sommige (christelijke) heel prominent te zien, sommige (de heidense) goed verstopt. Heeft allemaal met historie en strijd te maken, lang verhaal.
Na de meegebrachte lunch en een rondleiding door het dorp komen we bij het museum dat vooral wat inzage gaf over de traditionele manier van leven. Daarbij een houtwerkplaats met prachtige dingen, maar te groot, te zwaar om mee te nemen.
De lange weg terug op de houten bankjes was heel pijnlijk aan de billen en rond 6 uur terug. Een lang dagje in de brandende zon..
‘S avonds houtvuur en liedjes met een gitaar: ouwerwets leuk! Voor Else, Aart vindt dat niks.

Straks weer bootje, bus en weer bootje.








woensdag 13 februari 2019

1 jaar warmtepomp


Na precies 12 maanden kunnen we de balans opmaken van de inzet van de Elga.
Minder gas gebruikt: ruim 800 m3 minder (van 1575 naar 740).
-> besparing 55%

Meer elektriciteit gebruikt, schatting 1900 kWh (in het begin niet goed bijgehouden). Deels komt deze energie uit de poel van 'op jaarbasis teveel geproduceerde energie' (door de zonnepanelen), waar Greenchoice maar 11 ct/kWh ex BTW voor betaalt. Dat is ongeveer 800 kWh. De rest is gekocht tegen normaal (dag-)tarief +- 21 ct/kWh.

Als je dat uitrekent kom je onder de streep op een daling in energiekosten van ongeveer € 220. En daarmee de terugverdientijd op minstens 20 jaar....

De komende jaren wordt het terugverdienen wel beter omdat de elektrische energie veel minder in prijs stijgt dan de gasprijs.

Dan de vraag: bevalt het?
Nou, het valt niet mee. Ik heb de indruk dat het vermogen (max. 1 kW in en 5 kW uit, wat in de praktijk niet gehaald wordt maar blijft steken op 80-85%) niet genoeg is voor het huis. Bij 5 graden buitentemperatuur is aan aanvoertemperatuur (het door de Elga verwarmde water) nauwelijks 30 graden. Vloertemperatuur is dan nauwelijks 27 graden en dat is toch echt te laag om het huis op 20 graden te krijgen. Na 5 uur draaien is de kamer 19,5 graad na een nachtverlaging tot 19,5 graad. Dat schiet niet op.

Ook zijn er problemen in het gebied waar de CV-ketel en de warmtepomp 'samenwerken' omdat ze allebei ingeschakeld zijn. De warmtepomp gaat uit bij < +3 graden, de CV kan bijspringen vanaf 7 graden of lager.
Door diverse (technische) oorzaken gaat de CV vaak in storing als beide systemen zouden moeten werken en komt dan een periode niet bij terwijl het Elga-systeem dat wel aanstuurt en daar dus ook extra warmte van verwacht. Dit gebeurt veelal aan de 'randen' van de dag, dus in de ochtend (overgang van CV naar warmtepomp) en de avond (overgang van warmtepomp naar CV). Ik heb al heel wat uren geprutst en getest oa aan de pompsnelheid van beide systemen, maximum vermogen van de CV-ketel, aanpassing van temperatuur
gebied waar hybride samenwerking aan de orde is (3<>7graden), etc. Maar het is nog niet opgelost.

Dan maar snel de houtkachel aan





zondag 21 oktober 2018

warmtepomp aan het werk

Sinds 12 Februari staat hier een warmtepomp te draaien (Elga).
In de zomermaanden maakt dat vrijwel geen verschil qua gasverbruik maar in de stookmaanden natuurlijk wel.
Maart was koud, meer graaddagen dan in 2017. Toch minder gas verbruikt, besparing was 38%.


De maand Oktober telde al een aantal koude dagen, gelijk aan 2017.
Maar het gasverbruik was 98% lager dan in 2017.

Nu de gasprijzen omhoog gaan en de elektriciteitsprijzen omlaag hakt dat er dubbel in.



vrijdag 12 oktober 2018

goudhaantje

Beetje weinig gepost zie ik wel.

Vanochtend een goudhaantje. beetje duf uit zijn ogen kijkend, tegen het raam gevlogen?


zondag 28 januari 2018

De 3de week

De 3de week

Alweer.

Sinds de laatste blog 2 heel verschillende National Parks bezocht; allebei mooi op een andere manier.

In Tsitsikamma maken we de wandeling naar een waterval, een pad direct langs de kust half op een pad door struiken en half klauterend over grote rotsen. En de waterval heeft zelfs water! Alles in een schitterende omgeving.


Tsitsikamma is Xhosa en betekent: plaats met veel water. Dat klopt, want het regent hier best regelmatig. We doen een 'Canopy-tour' oftewel roetsjen tussen de bomen aan een staalkabel. Beetje regen maar verder leuk en erg hoog, die bomen zijn honderden jaren oud en gigantisch hoog. Ik had aan de kabel geen hoogtevrees maar op de platforms ertussen wel. 


Het hoogtepunt van de reis is Addo olifantenpark, vlak bij Port Elizabeth. We komen vroeg aan en maken in de middag met eigen auto al een eerste rit over prima vlakke dirtroad. Je kunt hier met eigen auto rondrijden, ook zonder 4WD, wat wel zo leuk is. Inderdaad een grote groep olifanten maar ook kudo, meerkat (stokstaartje),  bat-eared fox, zwijntjes, burchell's zebra's en een scala aan vogels. 


De volgende ochtend gaan we met een geboekte safari-tocht en we stuiten 2 keer op buffels en op 2 mannetjesleeuwen! Zit een heel verhaal achter want de rangers hadden 4 verschillende mannetjes uit diverse families gehaald met als idee dat zij elkaar zouden bevechten voor de vrouwtjes en dus de jongen doodbijten. Zo gaat dat in leeuwenland.

Maar deze 4 hebben 2 aan 2 hebben een band gesmeed, 2 territoria vastgesteld en verzorgen samen hun eigen vrouwtjes en jongen omdat ze beiden genetisch eigenaar zijn. Wat dus een overschot aan leeuwen in de hand heeft gewerkt!


We gaan die dag nog 2 keer op pad, 40 ha is niet snel verkend. En weer veel mooie vogels, hartebeest, kudo, olifant, zebra en wrattenzwijntjes. Vlak voor het onweer binnen (spoelen!). Vanaf de stoep van onze cottages kunnen we ook olifanten zien, hyena's horen, Cape Weaver die uit m'n hand eet...

De volgende ochtend doen we weer een rondje, helaas zijn de hyena's al in hun hol gekropen dus niet gezien. 


Daarna gaat het stortregenen en besluiten we vervroegd naar het Westen te rijden waar zon is. Ruim 600 km naar Swellendam. Maar veelal 100-120 km (tweebaans-)weg en niet druk.


Vandaag naar Stellenbosch gereden, één van de eerste Nederlandsche nederzettingen in de 17de eeuw. En wijngebied. Daarna naar Franschhoek waar de hugenoten heengevlucht zijn nadat het Edict van Nantes ongedaan werd gedaan a la Trump en de hugenoten weer vervolgd werden. Inderdaad ineens allemaal Franse namen voor de huizen, wegen en uitspanningen.


Via diverse bergtoppen met haarspelden naar Gordon's Bay gereden. Onderweg enkele reservoirs gezien, maar de stand van het water is bedroevend en zorgwekkend laag. 

De laatste 100 km is het verkeer enorm veranderd. Veel drukker, veel agressiever, veel meer bochten in bergen wat prachtige uitzichten oplevert. Maar veel inspannender. Blij dat ik 2 weken heb kunnen oefenen in links rijden!


We zitten nu in een guesthouse op de berghelling met uitzicht over de baai. Aan de verre overkant zien we Kaap de Goede Hoop. De bergwand is verbrand, het huis naast ons had een rieten dak en is total loss. Onderweg ook veel verbrande bergen en bossen gezien, de droogte heeft een een behoorlijke impact (naast het tekort aan drinkwater). 

Dit is onze laatste stop. Nog 2 dagen en dan is het terug naar huis.


Foto's ben ik aan het uploaden op (work in progress dus kijk morgen maar)

https://m.facebook.com/aartwedemeijer/albums/1912678555427815/?ref=bookmarks

--
Sent from Gmail Mobile op iPad/iPhone blog: http://aartw.blogspot.com

maandag 22 januari 2018

Regen? Ja regen!

Regen? Ja, regen!


Donderdag: Omdat we niet ver hoeven vandaag maken we een uitstapje naar Swellendam. Daar is een museum, de Drostdy, onderkomen van de Landdrost van de VOC, waar alles verteld wordt over de strijd tussen de lokale bewoners (San), de Nederlanders, Engelsen en Fransen. Swellendam was het centrum van de machtsstrijd in deze regio. Met rechtszaal, Ambagswerf, politiepost en cellen. Het buitengedeelte bevat ook een rozentuin maar die stelt in de hitte en droogte niet veel voor.


Via Bredasdorp naar Arniston aan de kust. Een vissersdorpje dat geheel is volgebouwd met witte vakantiehuisjes. Maar het is laagseizoen en dus akelig stil. Het oorspronkelijke vissersdorp heet Kassiesdorp, gebouwd van kisten van schipbreuken, opgestapeld, geplamuurd met leem, rieten dak erop.

Gelukkig is er tv met BVN en we zien het stormen in Nederland en volgen de discussie over de gaswinning.


Vrijdagochtend is de auto een beetje nat! Dus eerst rijden naar het meest Zuidelijke puntje van Afrika: l'Agulhas= de naalden in het Portugees. Scheiding van 2 Oceanen, dus hoge golven en dan die naalden: meer schipbreuken dus. 


We doen de obligate foto niet, drinken koffie, eten appelgebak. Not very exiting. 

Via de binnenweg naar Die Mond (monding van de Heuningnesrivier), één van de beste wetlandgebieden van dit land. We maken daar een rondwandeling van 6 km maar zien minder dan 10 vogels (meeuwen niet geteld). Dat viel dus zwaar tegen, maar ja verkeerde seizoen en verkeerde tijd van de dag. Maar goeie wandeling. 

In de landerijen onderweg zien we wel leuke vogels: struisvogels, parelhoenders, blauwe en gekroonde kraanvogel, swartkorhaan, heilige ibissen en een soort bokjes??

En diverse jachtvogels.


We eten in het vissersdorpje Kassiesbaai, en familie-achtige setting, zelf wijn uit de koeling pakken. Met lekkere vis en mosselen.


Zaterdag rijden we weg in de regen. De hele dag regent het wel, niet hard, en het blijft warm. Onderweg lunchen we in Mosselbaai bij 'Gannet', best sjiek. En heel lekker.

In Knysna is het droog en warm, we eten in een restaurant aan het 'waterfront' een kopie van Kaapstad. We proberen wat lokale oesters. En meer vis. Eten is goed, niet duur en de lokale wijn is altijd goed en goedkoop. Wat dat betreft is het een prettig vakantieland.


Zondag rijden we naar de Robberg, een uitstekende rotspunt in zee met een 8 km lange rondwandeling. Onderweg wat mist en toch ook weer een aantal verbrande bossen en zwarte hellingen zoals we die elke dag wel zien. 

Op de rots volop zon, harde wind, steile klimmetjes en scherpe afdalingen, niet een makkelijk rondje maar met schitterende uitzichten. En heet, we drinken al het water op.


Een zwaar onweer eindigt de dag, met veel water. Dat kunnen ze wel gebruiken.  Maar we zijn hier 500 km van Kaapstad en of de buien daarheen gaan?


Nu zitten we alweer verder oost aan de kust, in Storms River Mouth Rest Camp, onderdeel van Tsitsikamma national park. Waar veel mensen kamperen maar wij niet. Wij zitten in een luxe "oceanette", een eenkamerappartementje met een groot raam met uitzicht op de woeste oceaan. Nog steeds regenachtig en de temperatuur is gezakt naar 22 graden. Morgen moet het beter worden en gaan we weer een wandeling doen.






--
Sent from Gmail Mobile op iPad/iPhone blog: http://aartw.blogspot.com

woensdag 17 januari 2018

De koppeling intrappen!

De koppeling intrappen!


Als je de auto start. Ooit van gehoord? Maar dat was de crux.

We rijden uit de Cederbergen langs Gouda naar Worchester. Daar vinden we een kantoor van de verhuurder en een mevrouw legt uit hoe je de auto moet starten. Koppeling 100% intrappen. Nog nooit van gehoord.


We bezoeken een nogal mottig openluchtmuseum over hoe een plaats (boerderij) er vroeger uitzag. 

We rijden door langs de bergen naar Montegu. De laatste kilometers zien we de berg branden en sneeuwt het as op de auto.

De hele avond zien we grote branden op de berg en als we bij een restaurant eten daalt ook daar de as op de tafel.


Vanochtend lijken de branden uitgedoofd en we maken een wandeling door de kloof naar het hotel bij de bronnen. Onderweg bavianen vogels en uilen.

Tegen de avond neemt de wind toe en ook de branden steken de kop weer op.

Het dorp zelf loopt echter geen gevaar wordt ons verzekerd.


Het dorp zelf is gebouwd in de 19e eeuw en is een mix van Kaap Hollands en victoriaanse stijl. Zoals in Kaapstad ook al gezien zijn veel huizen afgeschermd met hekken en soms zelfs prikkeldraad met scheermessen.

Overal hangen borden over privé beveiliging met bewapende interventie.

Toch voelen wij ons hier niet onveilig.


Na een paar 100 km rijden hebben we wel in de gaten hoe het verkeer hier werkt. Vaak zijn het tweebaans wegen met een brede vluchtstrook. Als je ingehaald wordt ga je helemaal op de vluchtstrook rijden zodat het voor de ander makkelijker wordt. Best wel linke soep omdat er soms ook mensen op de vluchtstrook lopen of dat er auto's stilstaan. Maar het is wel gebruik dat je naar links gaat en als beloning zal degene die passeert even met zijn lichten knipperen.


Voorrang is vrij simpel geregeld. Bij kruisingen staat met grote letters STOP op de grond. En dan is het een kwestie van wie het eerst komt wie het eerst verder mag rijden. Op de doorgaande wegen geldt dat de hoofdrijbaan altijd voorrang heeft. 


Morgen gaan we naar de kust, de temperatuur gaat naar normale hoogte en dat is wel fijn.


Er staan wat foto's op Facebook.


--
Sent from Gmail Mobile op iPad/iPhone blog: http://aartw.blogspot.com

dinsdag 16 januari 2018

Droog, gortdroog

Droog, gortdroog


Bij de tussenlanding in Addis Abeba zien we de zon opkomen. Hij bestaat dus nog wel.

Tijdens de landing op Kaapstad vliegen we over verdord land met her en der waterbekkens die niet erg vol staan. Er heerst grote waternood in Kaapstad en (ruime) omgeving. Dat is niet iets van enkele maanden maar al enkele jaren valt er te weinig regen. Wij merken er echter tot nu toe niet veel van, we kunnen douchen en naar het toilet. 

Tot onze verbazing (maar daar hadden we dus niet over nagedacht) ligt Kaapstad ligt niet helemaal aan het zuidelijkste puntje van Afrika, maar 30 km ten Noorden daarvan. De Tafelberg schermt de oude stad aan de ZuidOost-kant af. En het water van de baai ligt aan het noorden van de stad.


Bij aankomst (donderdag) is het meer dan 35 graden door wind uit de woestijn. Eind van de dag draait de wind en komt er plotseling mist opzetten. We lopen langs de boulevard naar het havengebied 'Waterfront'. Naast een grootwinkelcentrum zijn hier veel cafés en restaurants het is een leuk uitgaansgebied. We drinken wat en eten fantastische sushi. Taxi terug dat gaat prima hier.


Vrijdag met de taxi naar de Kirstenbosch Botanical Gardens. Dat ligt ZO van de Tafelberg. Het is hoogzomer en geen water dus er bloeit veel niet meer. Maar er zijn uiteraard Kaapse Lelies en Coral Tree en nog het een en ander. We willen de Tafelberg opklimmen via een wandelpad maar na 45 minuten draaien we om: het is steil en de leeftijd gaat toch tellen....🤔. Het zou ons meer dan 5 uur hebben gekost in de hitte.


Dus met de taxi naar de kabelbaan en daar naar boven. De cabine draait tijdens de vlucht 360 graden rond dus iedereen krijgt hetzelfde uitzicht, slim!

Boven hebben we een mooi overzicht over Kaapstad, Robbeneiland in de verte. Je kan hier wat rondlopen over de vrij platte kam. In de brandende zon.

Savonds eten we in een prima pizzeria waar onze tafelburen uitstekend Nederlands blijken te spreken. Koloniaal verleden in de praktijk. (Overigens is Afrikaans echt niet te verstaan, lezen gaat wel. Maar teksten zijn vrijwel altijd tweetalig of drietalig, incl. Zulu)


Zaterdag krijgen we de auto. Links rijden, geschakelde bak. Dat wordt even wennen. Langs de kust naar Yzerfontein, zou een leuke stad zijn volgens SNP. Mmmm de koffie is goed, verder een strandvakantiedorp. Maar de zee is blauw en de golven wit. Mooi uitzicht bij de koffie. Meer info van SNP is niet heel duidelijk en soms zelfs onjuist.

We rijden binnendoor naar Citrusdal, deels over dirtroad. Dat gaat prima, niet snel maar gelukkig geen wasboard. In Citrusdal doen we inkopen bij de Spar! Pinda's hadden we al.


Na weer een dirtroad komen we in de Cederbergen. De Clanwilliamceders zijn bijna uitgestorven en worden tegenwoordig bijgeplant. Maar we zien er heel veel platliggen. Als we de volgende morgen vroeg voor de hitte (dat is: voor 11 uur terug zijn, dus we vertrekken om kwart voor 7) naar de waterval klimmen zien we ook waarom: er is hier 2 maanden geleden een forse brand geweest en dat heeft de ceders de kop gekost. Ontstoken door onweer. Vandaar dat het rietgedekte huisje naast ons een sprinkler-installatie op het dak heeft!


Onderweg zien we wat vogeltjes en 2 klipspringers, een soort klimgeitjes. Bij de waterval aangekomen zien we vooral grote rode en grijze rotsen en zien en horen we ergens een straaltje water naar beneden komen. Niet echt een spektakel, maar hier is tenminste nog water. In onze cottage, die "Waterfall" heet, hangt een grote foto van een bruisende waterval, maar dat is al weer een aantal jaren geleden. Op het grote terras met braaiplek hebben we een fantastisch uitzicht op de bergmassa en de plek waar de waterval hoort te zijn.


Maandag rijden we 45 km over dirtroad naar 2 plekken waar muurschilderingen zijn gevonden van honderden jaren oud. Aangebracht door het volk de San, jagersverzamelaars die door de Khoi (schapen/landbouw) zijn verdreven,  die op hun beurt weer zijn uitgeroeid door de blanken. De olifanten die ze tekenden (van de Olifantenrivier = hier) trouwens ook.

De schilderingen zijn leuk maar niet bijzonder, het landschap wel. Bergen van graniet en zandsteen. En zandsteen verweert in de loop der jaren dus zijn overal doorgangen gemaakt door krimp/uitzetting en wind.  Onderweg "Lot se vrou" gezien, één van de rotsformaties.


Als we een dal inrijden naar een restaurantje slaat de motor af en wil niet meer starten. Maar bergaf lukt het met de hellingproef.

Later, bij een rotsschildering, in de bloedhitte, zonder bereik van de telefoon, doet de startmotor het weer niet! Wat nu? Niet een fijne plek om midden op de dag te gaan staan 😡😡

Maar plotseling start hij wel....pfoehh. 

Morgen als we de bergen uit zijn maar even naar een dealer. 

Het wordt hier dan 35 graden dus op naar de kust.





--
Sent from Gmail Mobile op iPad/iPhone blog: http://aartw.blogspot.com